De aanklacht

Het meest uitzonderlijke boek dat in 2017 in Nederlandse vertaling is verschenen is mogelijk de verhalenbundel De aanklacht, van een auteur met het pseudoniem Bandi, 'vuurvliegje' in het Koreaans. Hoewel er tot dusver zo'n dertigduizend Noord-Koreanen in slaagden naar Zuid-Korea te vluchten en vele getuigenissen over het dictatoriale regime ons al bereikten, is De aanklacht het eerste beschikbare verboden boek van een nog in Noord-Korea levende auteur.

De manier waarop het manuscript het land uit werd gesmokkeld wordt achterin het boek gedetailleerd uiteengezet door Kim Seong-dong, schrijver voor het Koreaanse Maandblad, en Do Hee-yun, die met de Burgervereniging voor Mensenrechten van Ontvoerde en Noord-Koreaanse Vluchtelingen een actieve rol speelde in het mogelijk maken van de publicatie. Zij vermelden dat de biografische gegevens van de auteur werden aangepast om zijn identiteit te beschermen. Die gegevens zijn anderzijds verontrustend talrijk en gedetailleerd. Indien de auteur er al niet zelf aan beantwoordt, zouden deze details dan niet gevaarlijk kunnen zijn voor een andere Noord-Koreaanse auteur, die er toevallige gelijkenissen mee vertoont?

Wellicht wisten de heren Kim en Do wat ze deden, en is mijn bezorgdheid bij het lezen van hun nawoord vooral te wijten aan de zeven verhalen die eraan vooraf gaan. Niet voor het eerst merkte ik hoe fictie er het best in slaagt de werkelijkheid dichtbij te brengen. Hoewel Bandi's korte verhalen gebaseerd zijn op ware voorvallen, heeft hij ze in een uitgesproken literaire stijl gegoten. Hij maakt veel gebruik van flashbacks en wisselende standpunten. De akelige wereld om zich heen brengt hij tot ons via de meest intieme hersenspinsels van radeloze personages. Zijn afkeer voor het Noord-Koreaanse regime en voor het communisme in het algemeen hoeft de lezer niet tussen de lijnen te zoeken; dit boek is een onomwonden aanklacht.

De periode die Bandi beschrijft is die onder het bewind van Kim Il-sung, de grootvader van de huidige Grote Leider Kim Jong-un. Tijdens de jaren negentig kende Noord-Korea een schrijnende hongersnood. Verschillende verhalen getuigen dan ook over mensen wier 'navel hun ruggengraat lijkt te willen kussen', mensen in werkkampen of amper verwarmde huizen. Het oudste verhaal in de bundel dateert van 1989. Het jongste, 'Op het toneel' - uit 1995, het jaar waarin Kim Il-sung overleed - belicht een even gruwelijk als fascinerend aspect van totalitaire regimes: hoe burgers ertoe gebracht worden te (over)acteren. In de fragmenten uit het Noord-Koreaanse journaal die je wel eens te zien krijgt, worden de synchrone marsen en turnoefeningen afgewisseld met extatische euforie of schreeuwerige hysterie. 'Op het toneel' beschrijft het verplichte treuren om de dood van Kim Il-sung, waarbij burgers heimelijk teren op hun persoonlijke tragedies om uitzinnig te kunnen huilen, terwijl de geheime dienst optekent wie hoe vaak de kist bezoekt.

James Joyce beschreef wat er meestal aan het eind van een kort verhaal gebeurt als een 'epiphany': het hoofdpersonage komt tot een plots en levensveranderend inzicht. Dat is ook zo in Bandi's verhalen. Enkele personages die hartstochtelijk in het regime geloofden, vallen de schellen van de ogen. In 'Op het toneel' begrijpt een vader, nadat hij bijna zijn 'reactionaire' zoon neerschoot, dat zijn wereld een toneelstuk is. Ontwaakt maar krankzinnig van pijn kijkt hij om zich heen: 'Die dennenbomen zijn prachtig getekend. Ze lijken net echt!'

Ook in het verhaal 'Pandemonium' - waarin een vrouw Noord-Korea vergelijkt met de citadel van de hel in Miltons Paradise Lost - wordt zelfs de natuur door de heersende naargeestigheid aangetast: 'Er klonk een koekoek vanaf de berg achter het dorp, luid roepend alsof hij in een bloedprop stikte.' En in 'Het leven van een strijdros' hakt een man zijn perzikboom, die hem zogenaamd altijd geluk heeft gebracht, aan stukken, nadat zijn echtgenote hem heeft toegeschreeuwd dat ze al die medailles die hij kreeg niet kunnen eten.

Subtiel is de wanhoop in De aanklacht niet, want dat is het regime evenmin. Ik schaamde me wat om de verwonderde glimlach waarmee ik het overdreven acteerwerk wel eens heb bekeken, op tv. En om mijn ironische koffietafelboek Kim Jong-Il Looking At Things. Dat Trump een nucleaire oorlog met 'Rocketman' uitlokt, brengt iedereen enkel in gevaar. Wel wens ik de 25,1 miljoen Noord-Koreanen een redding toe uit wat door Bandi, en zijn ontsnapte collega's, als één groot concentratiekamp (met concentratiekampen) wordt beschreven. Bandi maakte voor mij van het onbegrijpelijke Noord-Korea een jonge vrouw die tijdens een verplichte massa-optocht haar krijsende peuter - doodsbang van de enorme portretten van Marx en de Grote Leider - panisch tegen zich aan gedrukt houdt, terwijl de mensen om haar heen haar toesissen hem stil te houden. Dit is het rauwste leed.