De morele afdaling van mijn pen

Een boek is belangrijk als ik eraan denk. Dan geef ik hem mijn hoofd. Een boek is belangrijk als ik eraan schrijf. Dan geef ik hem mijn hoofd en mijn tijd. Maar als ik ermee klaar ben, als het laatste woord is geschreven en de laatste punt gezet, dan is hij niets meer. Als soep in de diepvries, nog steeds soep, maar hij mist wel het belangrijkste: warmte.

Maar dan is het toch fijn als het boek gelezen wordt. En om gelezen te worden, moet hij verkocht worden. Gelezen en verkocht worden zijn bijna tweeling. Ze lijken op elkaar en kunnen vaak niet los van elkaar bestaan. Als je me vraagt wat ik belangrijker vind: gelezen of verkocht worden, dan antwoord ik: gelezen, maar als ik te eerlijk ben, zal ik toch zeggen dat ik tegenwoordig verkocht worden belangrijker vindt. Gelezen worden, dan heb ik alleen de lezer. Verkocht worden, dan heb ik de lezer en zijn geld.

Alle schrijvers en dichters die ik ontmoette, denken aan de verkoop van hun boek. En allemaal willen ze je het gevoel geven dat ze daar juist niet aan denken. Ze schamen zich voor het idee hun woorden te verkopen. Waarom toch? Ik weet het niet. Beeldend kunstenaars en zangers vertellen meestal trots hoeveel cd’s ze hebben verkocht of voor hoeveel hun schilderijen over de toonbank gaan. Ook voetballers zijn trots als hun prijs omhoog gaat. Maar schrijvers en dichters? Ach.

Hoe mooi was de tijd toen ik gedichten schreef zonder dichter te zijn en verhaaltjes zonder schrijver te worden genoemd. Ik denk er met weemoed aan terug. Mijn woorden waren toen nooit een deel van een boek. Ze werden nooit naar een uitgever gestuurd, maar gingen van mijn verlegen handen naar de handen van mijn vrienden die ze lazen. Van hart naar hart. Waar het woord promotie niet bestond, waar mijn gedachten geen omslag nodig hadden, mijn gevoelens geen voorwoord, mijn papier geen citaat van een krant. Elk woord was een hartklop, elke komma een ademteug, elke punt verwarring van mijn gedachten: doorgaan of stoppen?

Eigenlijk denk ik dat ik toen de beste schrijver was. Als ik aan die tijd denk, dan schaam ik me ook voor de morele afdaling van mijn pen. Faust verkocht zijn ziel aan de duivel, ik mijn woorden aan de commercie. Hoe erg is dat. Maar ook: hoe fijn…