Meneer Kopland

De langste dag is alweer geweest, maar de zomer moet nog beginnen. Gelukkig is er altijd de merel. Dat kleine zwartje vogeltje dat met zijn zang de Nederlandse avonden mooi maakt. Altijd als ik een merel hoor, denk ik aan Rutger Kopland. Een van de personen die ik ooit ontmoette en nooit zal vergeten. Niet alleen zijn gedichten, maar hij zelf is ook een gedicht. Net als zijn stem. Van zijn geschreven woorden zullen zeker tien gedichten altijd blijven. Eeuwenlang. De gedichten van Rutger Kopland zijn een deel van hem. Als hij zijn gedichten voordroeg, droeg hij zichzelf voor. Als ik hem vroeger voor de tweede keer een gedicht hoorde voorlezen, gebeurde er iets magisch. Het gedicht was Rutger aan het lezen, en niet andersom. Hij was geen groot talent, nee. Hij was iets groters. Rutger Kopland was een groot mens. En dat maakt zijn woorden zuiver, eerlijk en warm. Hij pompte zijn woorden niet op en zijn woorden pompten hem niet op. Nee, hij veranderde zijn woorden in gedichten voor zijn hart.

Ik noemde hem ‘meneer Kopland’, hij noemde mij Galid. Elke keer fluisterde hij met glimlach: ‘Noem mij Rutger’, en heel soms durfde ik te zeggen dat mijn naam Rodaan was. Dan glimlachte hij. De keer daarna zei hij: ‘Dit keer doe ik het niet fout, je naam is Galid, toch?’ En dan knikte ik. Ik zag hem bij lezingen, altijd rustig en bescheiden. Nooit kreeg ik het gevoel dat hij een gram ego had.

Ik vertelde hem eens dat ik gekookte eitjes aan een merel voerde, en dat de merel mijn eitjes lekker vond, maar mij niet aardig. Hij keek niet eens naar mij, maar leek mij compleet te negeren. Rutger Kopland glimlachte. ‘Ach, Galid, kijk eens goed naar de merel. Dan zie je dat hij wel naar jou kijkt. Zijn ogen zitten aan de zijkant en niet, zoals bij een uil aan de voorkant.’ Zo leerde hij mij om goed naar de merel te kijken. Als de merels zingen, pak ik zijn gedichtenbundel en lees ik hem.

Eens nam ik zijn gedichten mee naar Spanje, maar daar kon ik hem niet lezen. Het zijn pure Hollandse gedichten, geschreven met Nederlandse regen op het Nederlandse gras, niet met inkt op papier. Je voelt het alleen in Nederland. Nooit zal ik zijn stem vergeten, terwijl hij stond en las:

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven

Illustratie: PLINT poster Rutger Kopland/ Giovanni Dalessi 'Een merel'