K. van Kanarie

Nadat ik meer dan zestien boeken heb gepubliceerd bij meer dan vijf uitgeverijen, denken mensen dat ik inmiddels ervaring heb met de literaire wereld in Nederland, maar het tegendeel is waar. Ik snap er nog steeds weinig van. Ik heb wel ervaring met de vogelwereld. Ik heb thuis Japanse nachtegalen, zebravinkjes, putters en soms kanaries en heb prachtig contact met vogelhandelaren, vogelliefhebbers en vogelkwekers. Als ik een broedrijp Japanse nachtegaal-mannetje zoek, of mozambiquesijs, die een goede zanger is, weet ik waar ik het kan vinden. En voor een gezonde putter weet ik wie ik bellen moet. Je zou kunnen zeggen dat ik een goede gele kanarie voor je kan regelen, maar een goede Nederlandse dichter…

De vogelwereld is makkelijk, je hebt niet veel nodig. Slechts een volière, of een kooitje. Met twee euro voor een zebravink zit je er meteen midden in. Maar de literaire wereld in Nederland binnenkomen is moeilijk. Schrijvers en dichters, recensenten en journalisten zijn er helaas in zoveel soorten: hanen (grote en kleine), en kippen (voor eieren of vlees). Ik weet precies hoe Henk een bloemputter kweekt, maar hoe de ene Nederlandse schrijver een recensie in een landelijke krant krijgt over zijn boek dat op diezelfde dag uitkomt en andere boeken uiteindelijk naar de Slegte of de oud-papier-container verdwijnen zonder een beetje aandacht te krijgen? Ik vind dat best ingewikkeld. Wat ik wel zeker weet is dat ik nooit een vogelliefhebber hoorde beweren dat een kanarie goed zingt, terwijl hij nog in het ei zit.

Hoe langer ik met de literaire wereld te maken heb, hoe minder ik ervan begrijp. Wat ik wel durf te zeggen, is dit: de schrijver heeft lezers nodig, meer dan de lezers de schrijver. In vroeger tijden was dat anders. Toen maakte de schrijver de lezers, maar dat is lang geleden. Nu maken de lezers de schrijver. Soms verandert de literatuur in een revolutie, haat, oorlog of stilte, maar ik ben blij dat de literatuur na al die ellende nu in een markt veranderd is.

Als A. van zijn vorige boek 380.000 exemplaren verkocht heeft, en van zijn nieuwste slechts 45.000, dan daalde hij af. B. verkocht van zijn vorige vier boeken 2000 exemplaren en van zijn vijfde boek tot nu toe 110.000. Dus hij beklimt de berg. C. staat al bovenaan met zijn eerste roman, waarvan hij 450.000 exemplaren heeft verkocht. Nu durft hij niet zijn tweede roman te schrijven, want hij staat al op het hoogste punt. Het tweede boek betekent langzaam afdalen of zichzelf eraf gooien. D. is boos, want na al zijn boeken is hij nog niet eens bij de voet van de berg aangekomen. Het lijkt niet meer te gaan over de kwaliteit van wat er geschreven, maar wie het schrijft en waar die op de berg staat.

En ik? Ik ga voor de K. van Kanarie, of de N. van Nachtegaal en bel Henk voor een gezonde bloemputter. Want dat snap ik.