De Grote Drie en de asielzoeker des vaderlands

Een paar keer durfde ik te zeggen dat ik dichter en schrijver ben. Ik weet nog dat iemand in Zwolle mij lang geleden vroeg wat ik voor beroep uitoefende. Omdat ik officieel geen civiel ingenieur meer ben – Nederland accepteert de diploma’s uit Irak niet – en omdat ik wilde dat die man mij respecteerde, zei ik niet dat ik fulltime asielzoeker was, daarna halftijd uitgeprocedeerd en nu kwartijd illegaal, daarom zei ik dat ik dichter en schrijver was.

‘In welke taal schrijft u?’, vroeg hij.

‘In het Nederlands.’ Hij knikte zijn hoofd een paar keer heen en weer, de blik in zijn gezicht was iets tussen verbazing en ongeloof.

‘Heeft u ooit de AKO of de Libris of de VSB prijs gewonnen?’

‘Nog nooit’, zei ik.

‘Dan zou ik mezelf geen Nederlandse dichter of schrijver noemen.’

Ik had nog geen ervaring met de literaire wereld en haar kronen. Thuis googelde ik meteen AKO, Libris en VSB en zag dat AKO en Libris een winkel waren en VSB een bank. Ik was opgelucht. De belangrijkste Nederlandse literaire prijzen zijn afkomstig van een winkel of een bank. Het liet mij me meer officieel een schrijver of dichter voelen, omdat ik niet gewaardeerd was door een winkel of een bank. Later, gebaseerd op de reactie van die meneer - die ongetwijfeld veel kennis had van literatuur - schreef ik dit gedicht:

Literatuurles op de basisschool

Ik ben jullie nieuwe meester
en vandaag geef ik jullie les over het woord
literatuur.
Jij, daar. Ja, meester.
Hoe heet jij? Harry Mulisch, meester.
En jij, hoe heet jij? Gerard van ’t Reve, meester.
En jij? Willem Frederik Hermans, meester.
En jij? Heleen van Rooyen, meester.
Prima, jongens. En nu, herhaal:
Libris is een winkel .
Libris is een winkel.
Luider! Libris is een winkel.
LIBRIS IS EEN WINKEL.
Herhaal nu: VSB is een bank.
VSB is een bank.
Harder! VEEESBEE is een bank.
Ako is een winkel.
AKO IS EEN WINKEL.

En nu dit:
Dante is een dichter,
geen pizzabezorger.
Luider! Luider!